‘Karre-karre-kiet-kiet’

‘Karre-karre-kiet-kiet’

Foto Kleine karekiet / Jappie Seinstra

Denkend aan Gruttoland, zie ik grutto’s, kluten, tureluurs en nog veel meer. Zeker denk ik niet meteen aan de kleine karekiet. En toch is ie ook waargenomen bij boer Murk in Wommels. En wel op 9 juli 2015. Misschien daarna ook nog wel eens, maar zeker niet ieder jaar.

Foto’s Willy Dikkers

De kleine karekiet behoort tot die kleine, bruine vogeltjes, die allemaal op elkaar lijken. De grootte van een mus, egaal roombruin van kleur en dus weinig opvallend. Hij lijkt als twee druppels water op een bosrietzanger. Zijn gedrag helpt ook niet. Hij leeft vooral tussen het riet en komt niet snel tevoorschijn. Maar waarmee de kleine karekiet zich wel onderscheidt is zijn zang. In het voorjaar zingt het mannetje zo ongeveer de gehele dag door een onafgebroken riedeltje karre-karre-kiet-kiet aangevuld met een beperkt aantal noten op verschillende toonhoogte. Daardoor lijkt hij een geweldig repertoire te hebben, maar dat valt dus mee of tegen.

Foto’s links en midden – Lubert Boersma /  rechts – Willy Dikkers

Kleine karekiet wil riet

Een brede rietkraag heeft de kleine karekiet niet nodig om in te nestelen. Dat nest is ook wel heel speciaal. Hij vlecht een degelijke nestkom tussen drie rietstengels en het geheel deint heerlijk mee op en neer in de wind. Kleine karekieten overwinteren in tropisch Afrika en komen eind april naar Europa om te broeden. Zoals gezegd is het een onopvallend bruin zomervogeltje, maar zijn zang maakt het gehele voorjaar en zomer goed.

Foto’s links – Douwe Struiksma / midden – Marten F. de Vries / rechts – Servan Ott

Kleine karekietpaspoort

Wetenschappelijke naam: Acrocephalus scirpaceus

Friese naam: Karrekyt

Herkenning: kleine egaal lichtbruine zangvogel met spitse snavel; kleiner dan een huismus

Lengte: 12,5 – 14 cm;

Geluid: een onafgebroken riedeltje karre-karre-kiet-kiet aangevuld met een beperkt aantal noten op verschillende toonhoogte. Zang als grote karekiet, maar veel zachter.

Voedsel: allerlei insecten, spinnen en andere ongewervelden

Gedrag: leeft onopvallend tussen het riet; verraadt zich met zijn gezang

Leefgebied: voorkeur voor in het water staand riet; kragen en stroken; alle typen moeras

Nest: nest van gras en riethalmen, hangt gevlochten tussen twee of drie riethalmen

Aantal eieren: 4 – 5

Broedduur: 10 – 12 dagen (1 broedsel per jaar soms 2)

Vliegvlug: jongen vliegen na 2 weken uit

Trek: Overwintert in tropisch Afrika; komen eind april/ mei naar Europa en vliegen tussen half juli en half oktober weer terug naar het zuiden

Voorkomen: broedparen 140.000 – 240.000; winteraantallen 0

Foto’s Bennie van der Weide

 

 

Het bericht ‘Karre-karre-kiet-kiet’ verscheen eerst op Agrarisch Natuurfonds Fryslân.